Faalangst

. 

Onder faalangst verstaan we: de angst dat wat je gaat doen, zal mislukken. Al vóór de test of de opdracht ontstaan deze angst om te falen met de daarbij behorende negatieve gedachtes en lichamelijke reacties. Zo kan een kind denken dat hij 'het toch niet kan' of dat hij 'het ook nooit goed doet'. Het kind kan boos worden uit frustratie of juist angstig en paniekerig. Lichamelijke reacties kunnen zijn: zweten, hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid, gespannen spieren, niet meer helder kunnen denken, hyperventilatie etc.


De meeste mensen zijn extra gespannen voordat ze moeten presteren. Dit verhoogt hun concentratievermogen op het moment van presteren, ze peppen zich als het ware op. Wanneer je echter té zenuwachtig wordt en daarbij lichamelijke of emotionele klachten krijgt (angst, onzekerheid, boosheid) dan kan het een probleem gaan vormen.

Sommige kinderen met faalangst presteren wel goed. Dit noemen we positieve faalangst. Toch kan dit een probleem zijn, omdat ze voortdurend bang zijn het niet te halen of het niet goed te doen. Ze hebben weinig zelfvertrouwen en leggen de lat voor zichzelf zó hoog, dat ze het zelden goed genoeg doen. Hierdoor hebben ze weinig positieve gevoelens van capabel zijn in wat ze doen. In plaats van te zien wat ze allemaal wél goed hebben gedaan, zien ze alleen die ene fout die ze hebben gemaakt, ze zijn erg perfectionistisch.

Andere kinderen blokkeren tijdens prestaties. Zij kunnen een black-out hebben of verstijven en weten niet meer wat te doen. Hierdoor falen zij ook echt en ontstaat er een negatieve spiraal. Hun angst wordt bevestigd: “zie je nou wel dat ik het niet kan?!” Sommige kinderen geven het helemaal op. Ze gaan zó opzien tegen het presteren en tegen de angst om te falen, dat ze het niet meer proberen. Ze doen nonchalant of stoer alsof het hen niets kan schelen en nemen de slechte resultaten op de koop toe. Dit kan erg lijken op gebrek aan motivatie, maar is in feite faalangst.

.

Wat kun je doen bij faalangst?

Belangrijk is dat je zo ontspannen mogelijk bent vóór de prestatie. Een paar keer diep in- en uitademen onder in de buik kan al rust geven. Ook kan het helpen om irreële gedachten te vervangen door realistische gedachten. Een gedachte als: ‘het gaat me toch niet lukken’ kun je onder de loep nemen en precies bekijken wat er dan wel goed gaat en wat niet en waarom niet: is de stof te moeilijk, waren de instructies niet duidelijk?

Voor ouders kan het heel moeilijk zijn om om te gaan met een faalangstig kind. Negatieve reacties als “je zult ook wel niet goed geleerd hebben” of “je hebt het weer slecht gemaakt” moeten vermeden worden. Maar goed bedoelde té positieve opmerkingen als “jij bent ook zó knap” of “de volgende keer gaat het vast beter” kunnen de druk onnodig opvoeren voor een kind dat twijfelt aan zijn capaciteiten.

.

Hoe werkt de homeopathische behandeling?

Een homeopathisch middel kan ingezet worden ter ondersteuning van het kind, de ouders en school. Faalangst lijkt soms een karaktertrek bij kinderen, maar dat is niet zo. Het is een emotie (angst) die buiten proportie is voor de situatie en waar dus iets aan gedaan kan worden om het kind te helpen. De homeopaat zal vragen hoe het kind de faalangst uit, in welke situaties de faalangst optreedt en of het kind ook lichamelijke klachten ervan heeft. Ook het kind zelf mag zijn verhaal vertellen.

Op deze manier wordt geprobeerd precies het juiste middel te vinden voor elk kind. Na het juiste middel gaat een kind vanuit zichzelf meer relativeren en zal het minder gaan opzien tegen prestatiemomenten waardoor het beter gaat. Het zelfvertrouwen wordt hierdoor ook beter. Het allerbelangrijkste is dat het kind beter in zijn vel gaat zitten en positieve ervaringen krijgt.

.

Voorbeeld

Een kind dat Lycopodium (Grote Wolfsklauw, een plantje) kreeg, probeerde zijn faalangst te beteugelen door zich heel goed voor te bereiden. Bij een proefwerk slaagde hij dan met glans. Wanneer er echter onverwachts dingen werden gevraagd, waar hij niet op had gerekend, kon hij helemaal in paniek raken. Hij ging zichzelf overschreeuwen, schelden, slaan en schoppen. Hij moet zich ‘groot houden’ voor zijn gevoel, maar dat lukte niet.

Hij houdt van zoete etenswaren en had last van zijn darmen vóór een proefwerk, met winden laten of diarree en buikpijn. Hij gaat wel graag naar school en vindt leren leuk. Na een dosis van dit middel kon hij zichzelf veel beter in de hand houden zonder boos te hoeven worden uit onzekerheid. Ook zijn opgeblazen gevoel in de darmen en de diarree verdwijnt. Zijn charmante persoonlijkheid en grote ambities komen nu veel beter tot uiting.

homeopathie nvkh